Het kind en civiele rechtszaken

‘Het kind wordt onvoldoende gehoord in civiele rechtszaak’

Rotterdam  , 6-6-2013

Wat is de rol van het kind in de civiele procedure? Wordt het kind wel gehoord en, belangrijker nog, voelt het kind zich wel gehoord? Deze onderwerpen stonden centraal tijdens het druk bezochte congres ‘Wat ik ervan vind, de stem van het kind’, dat op vrijdag 31 mei plaatsvond op de Erasmus universiteit. Het congres was bedoeld voor de professionals uit het veld: rechters, advocaten, wetenschappers, medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg. In totaal waren er ruim 400 aanwezigen uit het hele land.

Bijdrage kinderen

De kinderen zelf hadden een belangrijk aandeel in het programma van het congres. In de ochtend gaven de kinderen in workshops hun kijk op het onderwerp door het maken van onder meer strips en filmpjes. Bij de start van het congres presenteerden zij de resultaten van de workshops. Quotes als ‘dwangsom vind ik stom’, ‘hulppunten moeten zichtbaar worden’, ‘bij je vrienden kun je terecht’ en ‘iedereen heeft een stem’, illustreren hun ervaringen. De pakkende strip die een van de kinderen had gemaakt, maakte veel indruk op de aanwezigen.

Kinderombudsman

Aan Kinderombudsman Marc Dullaert werden de eerste aanbevelingen overhandigd van de LOVF-‘Werkgroep Bijzondere Curator’, door werkgroepvoorzitter Judith Louwinger-Rijk. Vervolgens gaven Ed Spruijt (scheidingsonderzoeker aan de Universiteit Utrecht), Martine Delfos (klinisch psycholoog) en Ido Weijers (hoogleraar jeugdbescherming aan de Universiteit Utrecht) vanuit hun eigen achtergrond hun visie op de stem van het kind in de procedure. Het publiek, bestaande uit professionals uit het hele werkveld, toonde zich actief betrokken bij het onderwerp.

Gehoord

Onder begeleiding van dagvoorzitters Jan Loorbach (landelijk deken van de Nederlandse Orde van Advocaten) en Carrie Jansen (advocaat en columnist in Rotterdam) werden ervaringen uitgewisseld, aanbevelingen gedaan en verbeterpunten geïnventariseerd. De aanwezigen konden daarnaast suggesties doen voor een betere toepassing van artikel 12 van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK). Volgens dat artikel moet een kind in de gelegenheid worden gesteld om te worden gehoord in een procedure die over hemzelf gaat.

Kindgesprek

Vastgesteld is dat het kind nog onvoldoende gehoord wordt en zich onvoldoende gehoord voelt. Dit heeft geleid tot een lange lijst met verbeterpunten. Deze punten worden uitgewerkt in publicaties en vervolgens aangeboden aan de wetgever en beleidsmakers. Hiermee hoopt het congres een impuls te geven aan de ontwikkeling van de stem van het kind in de civiele procedure. Met één aanbeveling waren alle aanwezigen het eens: het kinderverhoor in de procedure (bijvoorbeeld als een kind wordt gehoord over een omgangsregeling) is geen verhoor, maar een kindgesprek. Zo zou het ook genoemd moeten worden.

Het congres werd georganiseerd door verschillende instanties in Rotterdam die betrokken zijn bij de rol van het kind in de civiele procedure: de rechtbank, Bureau Jeugdzorg, de Raad voor de Kinderbescherming, de advocatuur en de Erasmus School of Law. Meer informatie over het congres is te vinden op deze website.

Bron: http://www.derechtspraak.nl

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Jeugdzorg, Juridisch, OM, Openbaar Ministerie, Politiek, Recht en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.